Review Nettitudes

Review Nettitudes

‘Nettitudes, Let’s Talk Net Art’, uit de serie Studies in Network Cultures, bestaat uit een verzameling artikelen van de Nederlandse kunstcritica Josephine Bosma over kunst en internet. Bosma kijkt met name terug op de nogal stormachtige geschiedenis van netkunst, maar bespreekt ook onderwerpen als archivering, kunstkritiek en geluidskunst. Hoewel er al meerdere boeken zijn verschenen over netkunst, vult Bosma een gat met de blik van een insider. Netkunst stuit namelijk op een hoop onbegrip en vooroordelen die moeilijk door te prikken zijn voor de leek.

Bosma gaat in haar analyse van netkunst grondig te werk. Ze legt bloot hoezeer de critici het discours binnen de kunsten bepalen, en hoezeer ze daarbij ook beïnvloed worden door culturele erfenissen, denk aan de gescheiden werelden van kunst en wetenschap. Hierdoor wordt netkunst al snel gekoppeld aan technologie. Te vaak wordt de enge definitie overgenomen van ‘internet-based’, en dit doet geen recht aan de diversiteit en het belang van netkunst, stelt Bosma scherp.

Netkunst heeft zich altijd afgezet tegen de gevestigde orde. Internet had zeker in de begindagen de belofte van openheid in zich, maar al snel ontstonden er nieuwe machtstructuren. Kunstenaars als Alexander Shulgin kaartten deze – uiteindelijk politieke – kwesties aan. Op de mailinglist van nettime poste hij in ‘96: “Artists! Try to forget the very word and notion ‘art’. Forget those silly fetishes – artefacts that are imposed [on] you by the suppressive system you were obliged to refer your creative activity to.” Cornelia Sollfrank hackte een grote netkunst prijsuitreiking door onder 288 nepidentiteiten werk in te zenden. De Kunsthalle in Hamburg die de prijs uitschreef bazuinde trots rond dat er zoveel inzendingen waren en nog van vrouwen ook! Toen de jury eenmaal de prijswinnaar bekend maakte (niet één van Sollfrank’s karakters), openbaarde ze haar interventie online. Niet alleen stelde Sollfrank de werking van de kunstwereld aan de kaak, maar ook de netkunst praktijk. Met haar ‘net.art generator’ software werden automatisch webpagina’s gecreëerd die blijkbaar serieus werden genomen door een officiële jury.

Netkunstenaars hadden doorgaans niet de wens om opgenomen te worden in een groep oftewel om een predicaat opgelegd te krijgen. Maar helemaal niet worden besproken of vooral verkeerd worden geïnterpreteerd is frustrerend. Bosma wil netkunst hiervoor behoeden, en vooral ook recht doen aan de kunstenaars. En dit is best een uitdaging; aan de ene kant wil ze dat een buitenstaander de discussies ook kan begrijpen, maar aan de andere kant zijn die nu eenmaal complex. Elke uitspraak behoeft nuance, aan elk verhaal zitten verschillende kanten.

De laatste twee hoofdstukken van het boek over archivering en geluidskunst komen een beetje over als opvulling na de uitgebreide bespreking van netkunst. Dat betekent niet dat ze het lezen niet waard zijn. Haar pleidooi voor ‘levende archieven’ is een overtuigende, en geluidskunst is net zo goed een ondergeschoven kindje binnen de kunsten als netkunst. Ook uit deze artikelen blijkt dat deze relatief nieuwe vormen van kunst vragen om een eigen aanpak, ze in termen van het oude te bekijken gaat zijn doel voorbij.

Gezien de talrijke voetnoten maakt Bosma het zichzelf en de lezer niet makkelijk. Hoewel het boek redelijk taaie lectuur is, heeft Bosma toch genoeg afstand genomen om het onderwerp begrijpelijk te maken voor de buitenstaander en is het tegelijkertijd een zeer oprechte studie geworden. Voor wie de moeite wil doen, is de kennis er. Maar gezien zijn karakter zal netkunst altijd wel in de marge blijven. Al zal het niet opeens een verschuiving in de kunsten opleveren, hopelijk bereikt het boek tenminste een aantal zelfkritische curatoren en kortzichtige mediakunst liefhebbers.

‘Nettitudes, Let’s Talk Net Art’, Josephine Bosma
NAi Publishers
ISBN 978-90-5662-800-0