Interview met Bram Vreven

Interview met Bram Vreven

Bram Vreven begon met het bouwen van geluidsinstallaties na een studie van jazz en sonologie. Geleidelijk aan zijn visuele aspecten en beweging een grotere rol gaan spelen. Zijn nieuwste werk ‘Spin’ bestaat uit negen schermen met draaiende concentrische cirkels. Het lijken digitale animaties, maar in het tweede deel van de installatie wordt duidelijk wat er op de schermen te zien is: in een vitrine staan negen camera’s gericht op negen snel roterende bollen met daarop geplotte tekeningen. Vreven vertelt over het ontwikkelingsproces en de drijfveren achter zijn werk. Om ons heen wordt de laatste hand gelegd aan de verbouwing van TAG in Den Haag, waar ‘Spin’ staat opgesteld.

“Al mijn werken ontstaan vanuit een heel simpele basis, en bij ‘Spin’ was dit een knikker”, vertelt Vreven. “Als je die tussen de handpalmen wegdraait, gaat die tollen. Toen ik al die toevallige patronen in die knikker zag, wilde ik begrijpen hoe die ontstaan. Binnenin de knikker is het een chaos van gemengd glas. Maar er ontstaan heel heldere patronen als je ‘m laat tollen.”

“Reeds in 2006 heb ik via de Technische Universiteit van Twente met een groepje studenten gewerkt om die knikker onder controle te krijgen. Het concept van negen knikkers in een vitrine en een één op één relatie met film stond al snel vast. Vervolgens ontstond er een lange periode tussen idee en realisering. Je moet uiteindelijk hardware gaan bouwen en dat is altijd heel intensief omdat het zo specifiek is. In dit geval heb ik in de tussentijd ook andere werken gebouwd, dus ik heb zeker geen vier jaar aan een stuk gewerkt aan ‘Spin’.”

Het belangrijkste deel, het uitwerken van de choreografie, is maar net begonnen. Ook al is het werk eerder in première gegaan in de Vooruit in Gent tijdens Almost Cinema, het aanscherpen van de onderlinge verhoudingen tussen de bewegende cirkels gaat gewoon door. Vreven verwijst naar vorig werk om dit te illustreren: “‘Rays’ vormt van alle werken die ik heb het meest één beeld. De zes rubberen stroken waaruit de installatie bestaat kunnen niet zonder elkaar. Er gebeurt meer in de tussenruimte dan in de objecten zelf, het draait om de interrelaties tussen de bewegingen.”

Vreven creëerde nog voor ‘Rays’ een serie installaties getiteld ‘vloei – flow’ waarin met water gevulde buizen en dubbele glasplaten op uiteenlopende manieren in beweging worden gezet. “Bij ‘vloei’ heb ik heel lang aan één prototype gewerkt. Ik heb er heel lang naar gekeken en mooie vloeipatronen gezien waarvan ik dacht dat ze heel chaotisch waren. De machinerie is ervoor gemaakt om processen te reproduceren, dus daar zag ik al dingen terugkomen. Er was dus ook orde in de chaos. Maar pas toen ik er meer ging bouwen, kon ik gespiegelde dingen maken en dan zie je dat die chaos veel meer georganiseerd is dan je eigenlijk denkt. Daar zit een spanning in die ik heel interessant vind. Identieke objecten hebben dan toch ineens een heel eigen identiteit. Daarom bouw ik vaak dingen die extreem identiek zijn.”

“In het geval van ‘Spin’ staan er negen exact dezelfde tekeningen op de bollen, voor zover dat kan natuurlijk. De exactheid houdt ergens op en dan krijg je variaties, dat geldt voor alles wat je bouwt. Op een gegeven moment komt dat allemaal bij elkaar, en dan begint het proces in de computer. Samen met een programmeur praat ik over waar ik naartoe wil.”

Terwijl techniek nodig is om zijn ideeën uit te werken, is het tegelijkertijd ook een obstakel wat overwonnen moet worden.“Ik ben een beeldenmaker, het gaat om wat er te zien is. Maar techniek is het wel onlosmakelijk verbonden met mijn werk. Ik teken niks uit, maar ga vooral met de materialen aan de slag en ga proefjes draaien. Zo ontstaat de definitieve vorm.”

“Bij ‘vloei’ hebben we zelf de elektronica gebouwd, bij ‘Rays’ gebruikten we industriële elektronica. De ervaring met beiden heeft er toe geleid dat ik ben gaan samenwerken met Sukandar Kartadinata, een elektronicus in Berlijn om elektronica te ontwikkelen die het beste van die twee periodes verenigt. ‘Rays’ heeft heel weinig ruimte voor randomness in hoe die is gebouwd: de industriële elektronica is gebouwd voor heel repetitieve bewegingen.”

Door het bouwgeweld om ons heen, valt af en toe stroom uit, waardoor de motor stilvalt die de bollen in de vitrine doet draaien. Ineens worden de tekeningen zichtbaar op de schermen waar we op uitkijken en die zijn eigenlijk opvallend chaotisch. Een abstract beeld met hele en halve cirkels, langs en door elkaar heen. Vreven zet de stroom er weer op en de draaiende cirkels laten niets meer zien van de chaos waar ze uit ontstaan.

“Ik wil extreme controle over de draaibewegingen, om dan uiteindelijk weer die parameters aan willekeur te koppelen. ‘Spin leent zich hier het meest voor. Maar de elektronica is nog steeds niet af, de lat ligt dan ook heel hoog. In principe zou de installatie als ik hem aanzet moeten zoeken naar een nulpunt, een uitgangspunt voor de variaties tussen de negen bollen. Door de tijdsdruk is dat kalibratiepunt nog niet geïmplementeerd geraakt. De programmeur waarmee ik werk heeft voor de Vooruit een hele tour uitgehaald en een deel van de randomness uit de computer naar buiten overgeheveld. Nu zie ik dat ondertussen wel als een interessant gegeven en het heeft voor mijn denkproces rond de choreografie wel veel opgeleverd. Maar uiteindelijk moet dat kalibratiepunt er wel in.”

Voor Vreven is het van belang dat hijzelf mee is met alle stappen die er worden gezet in het ontwikkelingsproces van het werk. Controle is het sleutelwoord. “Ik kijk in mijn werkproces heel weinig naar de historie, ook niet naar die van de wetenschap. Ik probeer zelf vat te krijgen op een gegeven, zo maak ik het me eigen en kom ik tot dit werk. Voor mij is het belangrijk dat ik zelf die techniek ontdek en dat ik weet wat ermee gebeurt. Het grootste gedeelte bouw ik ook zelf. Als ik dat niet zou doen zou het werk ook niet kloppen voor mijn gevoel.”

“Het uitwerken en perfectioneren van de choreografie kan heel lang doorgaan. En er blijven altijd problemen over, hoe goed je het ook bouwt, hoe professioneel de mensen ook zijn waarmee je werkt. Het blijven prototypes. ’Spin gaat hierna in ieder geval een tijd in mijn atelier staan. Waar ik veel zin in heb is om meer tekeningen voor de bollen te maken. We hebben hiervoor een plotter gebouwd, echt een lelijk eendje omdat ie alleen maar functioneel hoeft te zijn. Het tekenproces zelf is echter heel mooi. Voor de Vooruit heb ik de eerste plots gemaakt. Deze waren extreem analytisch, omdat je dan veel beter begrijpt waarom iets ontstaat. Maar er zit ook veel potentie in meer intuïtieve tekeningen.”

Voor Vreven zelf blijven de achterliggende processen van ‘Spin’ nog geheimen hebben. De installatie oogt heel strak en eenvoudig, maar daarachter schuilt een gelaagdheid met genoeg complexiteit om er gefascineerd door te blijven. “Toen ik heb besloten heb om beeldschermen te gaan gebruiken, was dat gedeeltelijk omdat de uitvergroting op die schermen echt andere dingen laat zien dan in de vitrine. Andersom kun je wat je op de schermen ziet niet helemaal terugvoeren naar wat je in de vitrine ziet. Het heeft toch iets eigens en ijls. Ondanks de controle die ik zelf over de bewegingen heb, vat ik ook nog niet helemaal wat er gebeurd, en dat is heel prettig. Hetzelfde gaat op voor die wisselingen tussen scherp en onscherp die je ziet. Een tekening op zo’n bol bestaat uit delen van cirkels, cirkels die door elkaar heen gaan. Bewegend geeft het een gevoel van een spiraal en wordt wat aan de zijkant zit een grijze massa. De wisselingen tussen scherp en onscherp hebben niets met de camera te maken, maar met de tekeningen. Dat zijn dingen waar je over na gaat denken. Over wat scherpte is kun je een boek lezen, maar dat doe ik dan bewust niet, want ik wil het gewoon doorgronden door naar die lijntjes te kijken. Doen in functie van het begrijpen.”

‘Spin’ van Bram Vreven maakt deel uit van de expositie TAG Re-opens en is nog te zien t/m 12 december 2010.
Meer informatie is hier te vinden.