The VJ book, Paul Spinrad

De term VJ schijnt wat problematisch te zijn geworden voor sommigen die serieus bezig zijn met visuals en audio (zie bijvoorbeeld het artikel ‘What’s in a name’ van Annet Dekker). De term wordt meestal geassocieerd met een club VJ en MTV – en eerder met simpel behang dan met een serieus uitgedacht optreden, waarbij de nadruk ligt op het live-aspect van geluid en beeld samen.

Precies deze problematiek komt naar voren in ‘The VJ Book’, geschreven door Paul Spinrad. De huidige associaties met de term doen volgens deze schrijver geen recht aan de diversiteit en de ontwikkelingen in de VJ praktijk. In het boek wordt dan ook gezocht naar een positievere invulling van de term VJ: iemand die te vaak in de schaduw van de DJ staat, maar eigenlijk een veel rijker palet te bieden heeft.
Leuk, maar gebeurt er echt iets op dit vlak of is het potentieel alleen maar heel interessant? Op het eerste gezicht lijkt de schrijver te willen profiteren van een rage, aangezien de achterkant van het boek met trots vermeldt een DVD met ‘easy-to-use’ sample software bij te leveren.

Dat is wat vreemd, gezien het de aangekaarte diversiteit en de problematiek rond de term VJ niet direct veel eer lijkt aan te doen.
Is het niet eens tijd voor een kritisch geluid op het gebied van live visual performances?

Het boek begint met het verbinden van de term VJ met een stuk geschiedenis rond ‘light performances’, die al sinds eind 19de eeuw plaatsvinden. Door bijvoorbeeld de color organ (Louis Bertrand Castel) en clavilux (Thomas Wilfred) te noemen, wordt er een context gegeven aan de huidige ontwikkelingen. De clavilux bijvoorbeeld is een apparaat (voor in huis) uit de jaren twintig waarbij men de projecties op een scherm – door middel van elektrisch licht en glasschijven – manipuleerde met een keybord. Waarschijnlijk voor veel VJ’s die nu bezig zijn is dit onbekende materie. Door een koppeling te maken met deze rijke geschiedenis, probeert de schrijver het geheel van de VJ praktijk een meer serieuze toon te geven. Het boek leest makkelijk weg, en geeft een idee van allerlei zaken die komen kijken bij een performance.
Het biedt een overzicht van gebruikte (technische) opstellingen, hardware, software, maar ook bijvoorbeeld informatie over rechtenkwesties en omgaan met een live publiek, en zelfs een lesje filmmontage.

Het grootste deel van het boek is besteed aan interviews die heel divers van aard zijn. Mensen uit het commerciële clubcircuit komen aan het woord, maar ook curatoren in musea. De manier van werken is ook divers: hippies die werken met oude technieken, zoals verf op glas live te bewerken en iemand die een clavilux opknapt, tot VJ’s met de nieuwste software.

Op zich is het interessant om diverse uitgangspunten die uit de interviews blijken aan bod te laten komen, maar ze vormen ook meteen de basis van de kritiek op dit boek: de schrijver wil de diversiteit van de VJ praktijk laten zien, maar gaat nergens echt in op hoe de diverse uitgangspunten zich verhouden tot elkaar. De schrijver blijft als het ware de term koppig gebruiken (terwijl op een gegeven moment iemand die Spinrad interviewt het grappig vindt dat de schrijver zijn werk met deze term benadert) en wil deze een nieuwe, positieve invulling geven. Maar een galerie of museum kijkt nu eenmaal anders aan tegen ‘VJ’s’ dan bijvoorbeeld iemand uit het commerciële circuit. Het wekt toch de indruk van appels met peren te willen vergelijken; het levert helaas weinig zinvolle uitspraken op.

Ook wordt geprobeerd een aantal knelpunten te analyseren en oplossingen hiervoor te bedenken. Spinrad gaat bijvoorbeeld in op het feit dat van een VJ verwacht wordt dat er een interessante show van 2 uur in elkaar wordt gezet, terwijl daar vaak zo weinig tegenover staat. Dat is een goed punt, en dan is het misschien niet zo gek dat men grijpt naar de bijgevoegde ‘easy-to-use software’… Maar ligt daar ook niet gedeeltelijk het probleem van de VJ die niet serieus genomen wordt?

Dus wat is dan precies het nut van het boek? Als verkenning is het een aardig boek, en misschien moet men het dan ook wat dat betreft in zijn waarde laten. Maar kritisch is het niet, en daarom slaagt het er niet in om iets te doen aan de aangekaarte problematiek. Het boek roept verschillende vragen op: Waarom zijn juist deze mensen geïnterviewd? Waarom geeft de schrijver niet in het begin van het boek aan wat hij precies verstaat onder de term? Hoewel de schrijver een positief en serieus beeld wil geven van de VJ praktijk en zijn diverse uitingen, is het toch zonde dat alles op een hoop wordt gegooid en het daardoor wat vrijblijvend overkomt.

De DVD die hoort bij het boek, doet de bedoeling van de schrijver ook al geen goed. Alsof iemand die een draaiorgel gebruikt een review verwacht in Gonzo circus…

The VJ Book: Inspirations and Practical Advice for Live Visuals Performance
Edited by Paul Spinrad; DVD by Melissa Ulto (VJ Miixxy), Foreword by Jon Schwark (videojon) — Includes Free DVD with Software and Clips.

Bezoek de website van de uitgever: Feral House