Narratieve structuren voor live cinema

Interview met Solu

SOLU is een Finse mediakunstenares en live cinema performer.
Ze omschrijft zichzelf als ‘a visual agitator’ en ‘a cultural activist’. Ze woont en werkt in Barcelona, waar ze ook de drijvende kracht is achter de plaatselijke versie van het wereldwijde elektronische kunst platform dorkbot.org.
Haar experimentele video’s worden getoond op festivals over heel de wereld, maar bekend is ze vooral van haar intense live performances. Daarin wordt steevast een donker universum van pixels geprojecteerd.

Daarnaast was ze betrokken bij de ontwikkeling van de NATO software en is ze actief als organisatrice van workshops rond audiovisuele en hacker cultuur. Iets wat ze zeer belangrijk vindt, omdat het delen van technische kennis bepalend is voor kunstenaars die experimenteel werken. Ze hoopt op een soort van collectief creatiemoment en maakt graag een vergelijking met jazz muzikanten.

SOLU: Jazz zou je kunnen zien als ‘vrijheid door structuren’. Het gaat meer om bevrijding en improvisatie, het samen brengen van energie. De idee van ‘continuous jamming’. Muzikanten weten hoe dit werkt.
Ik bedoel dat ze weten hoe ze naar anderen moeten luisteren, wat hun rol is in het geheel. Als iemand iets te hard begint te spelen, dan breekt het samenspel.
Dat is iets dat visuele mensen nog niet blijken door te hebben. Ik heb vaak samen gespeeld met anderen en ik ben tot de conclusie gekomen dat ik mijn beelden eigenlijk niet wil mixen met die van hen, omdat dat vaak gewoon beter is.
Het is een zeer moeilijk iets, omdat je ook perfect moet kunnen aanvoelen wat de andere doet. Als een van de twee niet meer inspirerend werkt, dan valt het meestal in elkaar.

Het is iets dat visuele mensen zouden moeten leren. Vaak is dat ook het leuke aan de workshops die ik organiseer, dat mensen zich leren aanpassen aan anderen. Muzikanten hebben dit altijd geweten en visuele mensen zouden zich hieraan moeten aanpassen, in plaats van de “meester kunstenaar” te willen zijn. Het zou interessant zijn om die attitude te veranderen…

Voor haar video’s en performances heeft ze samen gewerkt met experimentele muzikanten als Richard Devine en Jason Forrest (Donna Summer).
De synthese tussen klank en beeld is opmerkelijk. Haar beelden zijn abstract of onherkenbaar gemaakt door middel van videoprocessing, waardoor de relatie tussen klank en beeld wordt bevrijd van een anekdotische vrijblijvendheid.

SOLU: Ik verkies om te werken met muzikanten die ik ken, om echt samen te werken. Ik wil samen met hen een audiovisuele performance maken die niet gewoon de som van de afzonderlijke delen is.

In dat opzicht is het eenvoudiger om met mensen te werken die je kent, omdat je dan weet wat de andere gaat doen.
Daardoor krijg je meer vrijheid om iets te zeggen. En dan heb ik het niet over ‘content’, maar eerder over een geschiedenis, een gevoel, wat dan ook…
Als je performt maak je eigenlijk een film, zeker als je niet steeds hetzelfde wilt herhalen. Wanneer je dat drie uur doet dan maak je eigenlijk een drie uur durende film, soms zelfs zes uur.
Het is zeer moeilijk om zo’n hoeveelheid aan beelden te hebben. Dat kan jaren duren! Tenzij je Andy Warhol heet natuurlijk… (lacht).

Ik zou mezelf voor het gemak een ‘video processor’ willen noemen, dat is ook hetgene wat ik het liefst doe.
Meestal verzamel ik materiaal: zelf gemaakte beelden met een camera, foto’s, tekst, wat dan ook, en dan begin ik daar mee te spelen. Soms maak ik er een Quicktime VR van, dan lees ik het met NATO of JITTER of iets anders en dan begin ik het te processen.
Dan volgt er een heel proces van her-processing, saven, recorden, opnieuw openen, … zodat ik uiteindelijk een veelheid aan materiaal heb.

Dat materiaal wordt op de toeschouwer los gelaten, vaak als een duister delirium van beelden.
In een van haar video’s wandelt een silhouet in een wit vlak waar zwarte grafische lijnen doorheen lopen.
De silhouet wordt snel en onregelmatig van de ene naar de andere kant van het beeld verschoven. De lijnen worden alsmaar voller, chaotischer en meer mathematisch, waardoor de figuur af en toe verdwijnt in een dichtheid van zich opeenstapelende lijnen.
Meer uiteenlopende texturen beginnen zich af te tekenen in een schouwspel dat lijkt te bestaan uit enkel duisternis…

SOLU: Ik heb al vaak geprobeerd om een normale video te maken, met mooie kleuren en in goede kwaliteit, maar ik hou er niet zo van. Daarom zijn mijn beelden ook zo abstract.
Abstractie komt nu eenmaal op een natuurlijke manier met de tools die ik gebruik. Als je veel figuratief materiaal hebt, dan wordt het vaak te loopy, teveel VJ-stuff. Daar hou ik niet van, want het is een veel te delicaat iets. Al mijn materiaal is vrij synthetisch, juist omdat het zo hard bewerkt is.
Ik probeer nieuwe dingen te doen nu, maar meestal kom ik uit ik bij zwart wit en iets heel minimaal. Eigenlijk is er niets meer, heb ik de beelden tot niets geprocessed.

Wat overblijft is een structuur en de gewaarwording dat er “iets staat te gebeuren”, zonder de onmiddellijke aanwezigheid van een duidelijk verhalend gegeven.

SOLU: Ik zoek altijd naar een soort van narratieve structuur, maar die is bij mij volledig anders. Ik zou het ‘narrative structures for the new live cinema movement’ willen noemen. Na de komst van MTV was alles veranderd, veel meer versnipperd, werden beelden op een heel andere manier gelezen.
Van daaruit groeide het idee dat er andere manieren zijn om beelden samen te brengen dan de manier waarop de traditionele cinema dit doet. Ik kreeg meer en meer interesse voor de Russische montagetheorieën. En voor experimentele en abstracte filmmakers zoals de Nieuw Zeelandse animatiefilmer Len Lye.
Hij maakte deel uit van de ‘new cinema movement’. Hij ging met zijn lichaam rechtstreeks op de pellicule scratchen. De soundtracks van zijn films waren beats en Afrikaanse muziek. Hij deed dat in de jaren ’40, tijdens de oorlog.
En dan was er ook dat werk waar hij letterlijk de geluidsgolf op de pellicule tekende.
Hoe veel verder kan je gaan in het nastreven van ‘visual sound’ dan door het letterlijk te tekenen?


Er is altijd die zoektocht geweest naar andere mogelijkheden. Het idee van iets op een narratieve manier op te bouwen, is slechts één van de mogelijkheden.
Mensen als Len Lye kregen hun films niet gefinancieerd. Er is altijd een soort van verzet geweest tegen mensen die met nieuwe vormen van narrativiteit bezig waren. Er werd hen verteld dat het niet mocht. Waarom niet eigenlijk?
Alsof het iets met politiek te maken heeft, zoals de opdeling tussen rechts en links… (lacht).
Ach, ik weet het niet, maar het is wel interessant om over na te denken.

In narratieve cinema krijgen we een lineaire opeenvolging van beelden.
Het is het audiovisuele medium bij uitstek om tegenstellingen in uit te werken.
Dat is haar kracht en ook haar rijkdom.
Vaak wordt die tegenstelling herleid tot de tegenstelling tussen goed en kwaad.
In die zin zou men traditionele narratieve cinema kunnen zien als de drager van een ideologie die de wereld in twee kampen verdeelt: de goeden en de slechten.
Door de montage, die zich voltrekt van beeld A naar beeld B, C, D, E, … wordt een flow gecreëerd, die ons doet vergeten dat we naar een opeenvolging van beelden zitten te kijken. Die continuïteit stelt ons in staat om ons te vereenzelvigen met een geprojecteerde wereld.

In werk als dat van SOLU krijgen we geen montage van beelden, maar iets als ‘beeldmontages’. Er is namelijk geen verloop meer van A naar B, C, D…, maar eerder een opeenstapeling van verschillende lagen.
Zo krijgen we een laag van beelden die in realtime wordt gelinkt aan een volgende laag, zonder te spreken van een continue montage.
Het resultaat is een narratieve structuur die veel meer te maken heeft met de non-lineaire structuur van een medium als het internet dan met de lineaire structuur van een klassieke narratieve vertelling.

Daarenboven zien we van oorsprong concrete beelden die door videoprocessing zo abstract zijn gemaakt, dat er vaak enkel nog ruis zichtbaar is. Het resultaat is een versnipperde visie op een complexe wereld waarin alles hier en nu gebeurd.

SOLU: Een keer gebruikte ik beelden met de gezichten van kamikazes.
Nadat ik het originele materiaal had gescand, maakte ik animaties met trage zooms in director.
Dan opende ik de Quicktime Movies in QTPro en exporteerde ik ze als zwart wit. Dit creëerde een korrelig effect en wanneer het op een groot scherm werd geprojecteerd, verkreeg ik een interessant visueel effect doordat de pixels veel groter waren.
De gezichten werden plots grafisch, eerder zeefdrukken dan videomateriaal, wat ook mijn doel was, want ik hou van texturen in video. In MAX/MSP/JITTER mixte ik deze video met zichzelf, een die voorwaarts en een die achterwaarts werd afgespeeld.
Een zeer vervreemdend effect…

Er zijn haast geen herkenbare beelden, toch niet als we het hebben over het beeld als representatie van de werkelijkheid. We zien een verzameling van frames op elkaar met daarin verhoudingen tussen elementen vaak pixels.

Daarbij is niet de betekenis belangrijk, maar net die verhoudingen, want daaruit komen nieuwe vormen van betekenis naar voren. Misschien komen we zo wel uit bij de essentie van het elektronische beeld: het blijft in de eerste plaats een artifici‘le constructie waar we door middel van mentale processen betekenis aan trachten te geven.

SOLU: Soms voel ik me als een wetenschapper die psychovisuele tests maakt voor het publiek. Zo heb ik een reeks van visuals waarin ik gebruik maak van extreme zooms.

Ik gebruikte als bronmateriaal gezichten van mannen zoals Tupac Shakur met Notorious BIG en afbeeldingen van een groep van verkrachters die hun hele volwassen leven een dubbelleven hadden geleid. Ze kwamen occasioneel samen om vrouwen te verkrachten, om daarna terug naar hun families te keren.
Alhoewel je deze informatie zeker niet van de beelden kon afleiden, ze zelfs niet meer herkenbaar waren omdat ik ze zwaar had bewerkt, was er toch iemand in het publiek die naar dat deel uit de performance verwees als naar de ‘oorlogsscène’…
Op de één of de andere manier is het geweld dus toch impliciet in die beelden aanwezig.

Er zijn ook verwijzingen naar pioniers als Eisenstein en Vertov.
Eisenstein omdat hij de montage zelf gebruikte als een manier om de inhoud te gaan bepalen.
Vertov omwille van zijn discontinue montage, een eerder Brechtiaanse benadering: een cinema van de vervreemding.

SOLU: Ja, ik hou van Eisenstein. Hij was op een bepaalde manier de eerste VJ. De Russiche filmpioniers leunden dichter aan bij VJ’s dan degene die daarna kwamen. Cinema is in een bepaalde richting geëvolueerd die zij zeker niet voor ogen hadden.
Ook van Vertov hou ik, vooral van ‘The Man with the Movie Camera’.
Dat is een totaal ander idee van film, de idee dat je niet wordt ondergedompeld. Dat het eigenlijk veel meer een open structuur is, dat je het kan mixen zoals je wilt.
Hoe zien we de wereld uiteindelijk? Is het een soort van narratief systeem?
Hebben we een verhaal in ons hoofd?
Ik weet dat niet… Of zien we de wereld eerder fragmentarisch? En als je de dagen herinnert als fragmenten, bouw je dan een verhaal omdat je geleerd werd een bepaald verhaal te bouwen?
Er zal altijd die zoektocht zijn naar een nieuwe vorm van narratieve taal, of misschien zelfs naar de oude, de originele taal.


Niels Van Tomme.