De krijsende TV

De uitvinding van video feedback is waarschijnlijk even oud als de allereerste opstelling waarbij een videocamera en diens monitor zich binnen elkaars bereik bevonden.
Om onverklaarbare reden lijkt het principe zich echter niet helemaal goed geworteld te hebben in onze beeldcultuur waardoor iedere experimenteerlustige met een camera en een televisie op een gegeven moment het licht denkt te zien.
Sluit een camera aan op een TV, film het scherm, et voila! Feedback.

Minder bekend dan z’n auditieve variant die de alom bekende gehoorbeschadigende piep produceert, doch heel erg populair in talloze 70’s videoclips wier vergankelijkheid en trendgevoeligheid de relatieve obscuriteit van het effect helpen te verklaren.
Zelfs wanneer het gegeven bekend is lijkt het, wanneer uit eerste hand ervaren, hetzelfde transcendente en verwonderlijke effect te hebben.
Toch leek dit technologisch neveneffect in eerste instantie gedoemd te zijn: het was oncontroleerbaar, ontembaar en werd bijgevolg onbruikbaar geacht als techniek…


Rock ‘n Roll Hippies en Bio-feedback

“Dit is rock en roll! Ik wil mijn camera bespelen zoals een rocker zijn gitaar doet janken. Zoals hij de audio feedback manipuleert, controlleer ik de video feedback.”

Druk gesticulerend en met een aanstekelijk enthousiasme wordt het principe van video feedback uitgelegd en weet hij ook nog grappend te vertellen dat iedereen denkt het principe uitgevonden te hebben…

Zijn naam: Skip Sweeney, begin 30, lang haar en baard, cowboyhoed.
Hoewel hij algemeen aanzien wordt als de ‘master of feedback’ is hij net zo min de eerste om van de techniek gebruik te maken.
De reden van zijn status is deels te wijten aan de structurele aanpak waarmee hij video feedback onderzocht.

Het zijn de jaren zestig… zo’n dertig jaar nadat de BBC in 1936 met de wereldprimeur van regelmatige televisie uitzendingen, zo’n drie uur per dag, aan de haal gaat.
Er lijkt een nieuwe wind door tal van televisiestations te waaien.
Niet onbelangrijk, sinds videokunst in die tijd grotendeels bestond bij gratie van de managers van uitgeruste televisiestudio’s.

De onbetaalbare apparatuur werd ter beschikking gesteld van uitverkoren kunstenaars die er aan eigen films konden werken en in sommige gevallen ook reguliere programma’s maakten. Verschillende films werden gerealiseerd met het gebruik van het feedback principe als een techniek an sich, maar ook als effect op bestaand video materiaal.

Het was in die hoedanigheid dat o.a. Robert Zagone en Lutz Becker hun video feedback experimenten opnamen.
Zagone maakt in het werk “Videospace” gebruik van meerdere camera’s en het gefilmde beeld van een poëziereciterende schrijver dat langzaam vervaagt en opgeslokt wordt in de door de camera’s en feedback lus geproduceerde ruimte.


‘Videospace’

In tegenstelling hiermee maakt Becker in “Horizon” (1968) gebruik van 1 enkele camera en monitor met als input de onvermijdbare ruis die verschijnt in die opstelling.

Waar de ene technologie gebruikt als effect om een representatie van de werkelijkheid te filteren, vervormen en vervreemden, gebruikt de andere de technologie voor het creëren van een compleet nieuwe virtuele ruimte.


‘Horizon’

Sommigen gingen echter nog een stap verder en ondernamen pogingen om het lichaam in de feedback lus te incorporeren.
Zo koppelde de Canadese videokunstenaar Al Razutis zich enkele jaren later in 1976 aan een unieke videosynthesizer voor een 60 minuten durende bio-feedback performance.

Bijgestaan door andere kunstenaars, de bouwer van de synth, Jim Armstrong, en een 10 leden tellende technische studio ploeg werd dit experiment live de ether ingestuurd op prime-time!


‘Synapse’

Vandaag de dag zijn nog steeds dergelijke experimenten te zien op televisie… ze zijn echter verbannen naar weinig bekeken uren op kleine regionale zenders zoals Joel Cadman’s wekelijks video feedback uurtje op zaterdag middag, 12.30u, lokaal in New York.

Maar… waar zijn alle die experimenten met videofeedback gebleven… ? De kans deze werken ergens te zien is minimaal en het huren van tapes bij distributeurs is een dure aangelegenheid. De relatieve onbekendheid van dergelijke werken is wellicht een bron van feedback’s ‘eeuwige jeugd’.

“Here comes everybody”

Het introduceren van de Portapak door Sony wordt algemeen aanzien als de bevrijding van videokunst en het afwerpen van het juk van het televisie establishment.
Volgens de overlevering was Nam June Paik de allereerste eigenaar van deze écht draagbare videocamera.
Hij zou deze rechtstreeks van een vrachtschip hebben gehaald, vervolgens mee een taxi in zijn gestapt en al filmend door New York hebben gereden om het resultaat diezelfde avond nog te vertonen in ‘café au Go Go’.

De actie lijkt doorheen de decennia te resoneren en blijft een van de meest populaire “experimenten” (waarbij de presentatie tegenwoordig gelukkig beperkt blijft tot de naaste vriendenkring.)
Die mogelijkheid om eigenhandig met de technologie te experimenteren resulteert dan ook vroeg of laat in de (her)ontdekking van feedback.

Dankzij deze consumer camera wordt het ook mogelijk de gefilmde beelden direct terug te kijken. Labokosten en -tijd voor de ontwikkeling van de film komen te vervallen, kopieëren en bijgevolg distributie kosten weinig of geen moeite.
Deze trend zet zich in de volgende jaren door en maakt tegenwoordig van iedereen een producent, regisseur, distributeur waarbij voor de meeste taken de computer niet verlaten dient te worden.
Hierdoor wordt het echter makkelijker om zelf te produceren dan op zoek te gaan naar een bestaand werk en te reflecteren op voorgaande experimenten…

Iedereen hanteert zijn eigen persoonlijke geschiedenis en chronologie van invloeden waarbij veelal tot dezelfde conclusies wordt gekomen en de geboekte vooruitgang op individueel niveau plaatsvindt.

Het resultaat leidt zelden tot nieuwe inzichten of oorspronkelijke ideeën.
De feedback, deze keer een sociale en culturele, die tot evolutie en groei zou moeten leiden, blijft uit…

Tijd- en ruimte dynamiek

Naast de talrijke videokunstenaars en hobbyisten kwam nog een groep op het idee van feedback.
Deze keer vanuit een wetenschappelijk hoek en dan wel die van de natuurkunde.

James P. Crutchfeld, onderzoeker en professor fysica, schreef in 1984 de paper ‘Space-Time dynamics in video feedback’. Hierin wordt het principe aangeduid met de term ‘tijd-ruimte simulator’.
De dynamiek van het systeem heeft een directe relatie met fractals, wiskundig te omschrijven patronen, beweging en structuren die in die doorheen de natuur worden teruggevonden. Deze fractals gaan tot in het oneindige door en onthullen op eender welke schaal gelijkvormige patronen.

Het gebruik van video feedback om tot dergelijke, in tijd en/of plaats verschillende, congruente vormen te komen wordt dan ook wel ‘fractal-feedback’ genoemd en is tevens het onderzoeksgebied van enkel wetenschappers aan de universiteit van Glasgow.
Onderwerp van het onderzoek: het komen tot fractale patronen met behulp van video-feedback. Het verschil in hun onderzoek is het gebruik van een pixel-gebaseerde monitor in plaats van het oudere lijn-type. In die laatste wordt het beeld lijn per lijn opgebouwd door middel van een elektronenkanon en elektromagneten, terwijl een pixel monitor individueel aanspreekbare pixels heeft.


James P. Crutchfield

Op die manier kwamen de Schotten, die trouwens hun onderzoek deden naar aanleiding van een Nederlands onderzoek in fractal patronen in laser-feedback, tot verrassende resultaten.
Ze slaagden erin om stabiele en reproduceerbare patronen op het scherm te creëren. Dit alles was natuurlijk ook weer allesbehalve nieuw, want vele jaren terug was de link tussen de fractals en feedback door Crutchfeld al gemaakt.
De soorten fractals die ze tevoorschijn toverden waren weliswaar een stuk gestructureerder.

Waarom feedback?

Wat is dan in hemelsnaam het vernieuwende aan feedback…?
Waarom er nota bene de allereerste editie van een magazine aan wijden wat beweert progressief te zijn en aandacht te besteden aan nieuwe ontwikkelingen en experiment?

Het benadrukt de creativiteit van de kunstenaars om een in eerste instantie technologisch oncontroleerbaar neveneffect te willen begrijpen.
Feedback brengt bij iedere afzonderlijke ontdekker de spanning en sensatie teweeg van experiment.

Het is een verwondering die ons aantrekt in alle vormen van animatie (en kunst in het algemeen), zij het narratief, abstract, inhoudelijk of stilistisch…
Het is het uit eerste hand ervaren van de virtuele en abstracte wereld waarvan de beelden op het scherm slechts een representatie zijn. De appreciatie voor het abstracte volgt hier uit de duidelijke band met de realiteit die het principe verschaft en het volgbare temporele en ruimtelijke verloop van de beelden.

Het principe van feedback is tevens inherent aan vooruitgang. Ontwikkelingen worden geanalyseerd, bekritiseerd en becommentarieerd.
De resultaten worden opnieuw in het sociaal/culturele systeem, gebracht ter uitbreiding, verbetering of verandering van de stand van zaken.
In het positieve geval is dit een progressieve verandering die komt tot stabiliteit en tegelijkertijd oneindige beweging,… andersom wordt de structuur verstoord en stort ze in elkaar.

De geschiedenis van feedback laat zien dat het heruitvinden of herzien van een techniek binnen recente technologie nieuwe inzichten en kennis kan verschaffen over een nieuw medium : monitoren met afzonderlijk aanstuurbare pixels t.o.v. scanline gebaseerde CRT schermen. Dit principe geldt voor ieder nieuw medium en wordt gedeeltelijk beschreven door de term “remediation”, waarbij een nieuw (communicatie)medium de voorgaande media en hun kenmerken probeert te vatten binnen zichzelf.
Wanneer men dit proces bewust toepast kunnen allerlei eigenschappen die inherent zijn aan en intrinsiek voor het nieuwe of oude medium de kop op steken.
Dit was ook de wat de Schotten ondervonden toen ze de oude techniek met behulp van nieuwe technologie onderzochten.

Feedback in je woonkamer

Het principe is simpel. Als je in het bezit bent van een camera (met een webcam werkt het net zo goed), sluit deze dan aan op de televisie en film het scherm. Dit is de simpelste manier en creeërt het tunneleffect zolang hetgeen de camera ziet groter is dan de beeldbuis van je televisie, monitor of webcam schermpje.

De volgende stap is experimenteren met de afstand of zoom waarbij het gezichtsveld van de camera ‘kleiner is dan 1’, m.a.w. slechts een deel van het scherm filmt.
Het wordt pas echt leuk wanneer men spiegels rechtstaand op de monitor bevestigt, meerdere camera’s gebruikt en hun output met behulp van een mixer mengt alvorens het naar de monitor te sturen…
Wat gebeurd er b.v. wanneer het camerabeeld gemengd wordt met een andere bron, b.v. met geometrische beelden uit een computer ?
Of met een cilindrische spiegel op de beeldbuis…? Welk effect levert feedback op in een 3d programma, waarbij het beeld van de virtuele camera onmiddellijk als texture op het afgebeelde object gezet wordt ?
De mogelijkheden zijn onbeperkt.
Feedback is in ieder geval meer dan een effect en eerder een techniek waarmee complexe abstracte beelden mee gecreeërd kunnen worden. En hoewel de techniek niet nieuw is, neemt dit niet weg dat er geen verrassende, spannende of vernieuwende films mee gemaakt kunnen worden.

Helaas kun je nu niet meer beweren dat je het fenomeen als eerste hebt ontdekt.