Evolutie van een vorm

Interview met Anton Setola

Mirror Mirror is de debuutfilm van Anton Setola. Deze abstracte film maakte hij tijdens zijn atelier-periode bij het Nederlands Instituut voor Animatiefilm (NIAf) met behulp van videofeedback en een snufje animatie.

Waarom feedback?

Ik heb het per ongeluk ontdekt, ik dacht ook dat ik het zelf uitgevonden had…Maar daar kwam ik al snel van terug toen ik er enthousiast tegen mensen over begon te vertellen en reacties kreeg als “oh, je bedoelt feedback.” Toen ik naar videofeedback ging zoeken, vond ik meer wetenschappelijke en mathematische bronnen. Ik vond toen niet meteen kunstenaars.

Zuiver esthetisch is het boeiend, maar wat ik er echt interessant aan vond, was dat ik oervormen vond die universeel zijn, zoals de swastika. Ook organische vormen in de zin van de eerste levensvormen, primitieve vor-men, herkenbaar voor iedereen. De camera of televisie zijn er nooit voor bedoeld waardoor het voelt als de ontdekking van een soort verborgen waarheid… Je krijgt het gevoel dat je iets ziet wat je niet hoort te zien, alsof je kijkt naar een versnelde evolutie. Ik heb er uren op zitten staren. Op een gegeven moment had ik 20 uur materiaal.

Een berg footage…en toen?

Paniek! (lacht) Ik had allerlei opstellingen geprobeerd, met spiegels, een videomixer, etc. Ik ben er heel lang mee bezig geweest, te lang eigenlijk. Ik wist echt niet wat ik ermee moest. Nu nog steeds niet eigenlijk…

Ik wist op zich wel wanneer het in de goede richting ging en wanneer het af was, maar ik wist aan de andere kant ook weer niet wat ik in handen had. De grote moeilijkheden waren toch de geringe hoeveelheid bruikbaar materiaal en het afstemmen op elkaar.
Ik heb stukken samen gezet aan de hand van soorten vormen of van bepaalde thema’s.

De thema’s die ik eruit haalde waren uiteindelijk: water/liquide beweging, primitieve vormen, gradaties en ontwikkelingen van
herkenbare structuren, de evolutie van het leven. De lijn die ik in de film heb geprobeerd te stoppen is die van evolutie. Chaos die ontstaat, een ontwikkeling naar coherentie, van spanning op-drijven en vervolgens een explosie. Dan de evolutie, de levenscyclus en transformaties van een vorm, die dan in alle nederigheid terug op gaat in zijn oorsprong.

Je studeerde enkele jaren animatie aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten (KASK) in Gent, waar je een behoorlijk klassieke opleiding genoot. Botste die klassieke achtergrond niet erg met de aard van het materiaal?

Zeker wat betreft de structuur: ik wil toch een verhaal vertellen. Daarnaast vond ik het belangrijk mijn interpretatie te laten zien. Ik bedacht me dat ik misschien iets kon laten zien van een ontwikkeling die een organisme doormaakt, omdat het materiaal iets heeft van een evolutie. Hiervoor kon ik vorm, kleur en beweging inzetten om het narratief te versterken, wat weer past bij het klassieke idee van film en animatie.

Je had hiervoor geen enkele ervaring met experimentele film…

Nee. Ik was dan ook niet van plan een experimentele film te maken, maar door die ontdekking raakte ik er absoluut door gefascineerd, ook door de werkwijze. Je maakt een opstelling, je zet je camera op een bepaald punt, door die beweging zet je iets anders in beweging. Over het algemeen is dat een tunnelvorm, die opbouwt, en van structuur blijft veranderen, als een oneindige evolutie. Maar als je een tikje tegen de camera geeft, raakt die opbouw verstoort. Hoe harder de tik, des te groter de verstoring. De indruk die je krijgt, is dat het ding boos op je wordt door die inbreuk. De opbouw moet opnieuw inzetten.

Op een gegeven moment had ik een mandala-achtige vorm gefilmd: het begint met een stip, die naar de vier windrichtingen uitstoot, draait in een boog waarbij telkens één stip word afgezet op een cirkelvorm. Het bouwt op, de cirkels worden dikker, smelten samen, vormen een soort sanskrit. Het middelste van die vorm leefde… Heel mooi. Dat had ik los willen knippen en willen laten zien.

Kill your darlings?

Het was fucking moeilijk om mooi en goed materiaal niet te gebruiken. Maar het moest toch een logische structuur worden, een narratief in de zin dat het een uit het ander komt en dat je door die wereld geleid wordt,…Dat was mijn kapstok. De geanimeerde rode stip was om dat narratief te versterken.

Feedback alleen was dus niet genoeg…

Een dergelijke narratieve constructie was toch de aangewezen vorm om te gebruiken. Daar was ik zelf ook gewoon meer vertrouwd mee.
Ik geloofde ook niet dat ik mensen een half uur kon laten kijken naar een sequentie die langzaam opbouwt. Al zijn de mooiste beelden die waar niet in geknipt wordt, toch heb ik het bewust niet zo gelaten. Voor mij was het belangrijk om voor een aanknopingspunt te zorgen voor de toeschouwer. De afweging die ik maakte was, “als ik dit wil tonen aan iemand, hoe ga ik dat doen?”

Al is het een abstract narratief, er is altijd toch wel een bepaalde opbouw aanwezig. Later vond ik Jordan Belson, in zijn werk vind je dat ook terug. Of bijvoorbeeld bij Norman McLaren. Op de (Nederlandse) première van Mirror Mirror werd Vertical Lines van McLaren vertoond en een kind uit het publiek riep op het einde van de film: “Afgelopen!” De opbouw, hoe abstract ook, is voor iedereen te begrijpen. Het gaat om een moment van contemplatie. Uiteindelijk is het een soort van spiegel…

Hoe is het geluid tot stand gekomen?

Eerst heb ik de film helemaal af gemaakt, zonder muziek. Toen heb ik nog iets geprobeerd met klassieke muziek, maar dat was natuurlijk veel te ‘cheap’. Veel fouten gemaakt, vooral als het geluid illustratief was. Bij een golfbeweging denk je meteen aan water, maar daarmee maak je je eigen werk dood. Gaandeweg ontstond het idee meer thematisch, filmisch te werk te gaan. Om de rode punt bijvoorbeeld een thema geluid te geven.

Ik had ooit al eens soundscapes opgenomen, en wist dat ik dat vast wel een keer kon gebruiken. Dus die heb ik tevoorschijn getoverd en verknipt, toen ontstonden al bepaalde thema‘s. Het geluid versterkt uiteindelijk het narratief en was er ook om een beweging te ondersteunen. Het moest niet te voor de hand liggend zijn, maar wel kloppen op een of andere manier. Bij een gedeelte met open indruk in de film [bijvoorbeeld de sequentie met de blauwe, wuivende, accordeon-achtige vorm (ed.)], stak ik gewoon een microfoon naar buiten.

Wat verwacht je van de toeschouwer en hoe sta je zelf tegenover het eindresultaat ?

Hoe ik wil dat mensen er naar kijken is als een film waar vorm communicatie is, vorm als narratief, met herkenbare elementen die aanknopingspunten bieden. Ik ben tevreden met de film – er zijn natuurlijk altijd wel dingen die je achteraf anders zou willen –, naar mijn mening zijn veel andere experimentele films langdradig, compromisloos. De ontdekking van en experimenten met videofeedback waren een bijzondere ervaring: een bepaalde opstelling is bepalend voor de ontwikkeling van het beeld. Er is geen sprake van een doel, maar wel een logische weg. Een dergelijke structuur, zou je kunnen zeggen, is in het leven ook aanwezig…