Poëtische machine

Poëtische machine

De relatie tussen mens en machine is een problematische: het lijkt er vaak op dat machines bepalen hoe wij mensen ons dagelijkse leven inrichten. Voor theoretici en filosofen is dit al decennia stof voor uitgebreide discussies en waarschuwingen voor de invloed van technologie. Voor Jerry Galle is kunst maken een manier om ons te verlossen van deze grip die technologie op ons leven heeft. Technologie kun je namelijk ontregelen door er twijfel op los te laten, laat hij zien in zijn proefschrift/project Poëtische Machine. Door die toevoeging van twijfel in de programmatuur ontstaan ongecontroleerde, onvoorspelbare en toevallige uitkomsten waardoor de machine van zijn voetstuk komt en het weer interessant wordt voor de kunstenaar.

Geest in de machine
We associëren technologie vaak met perfectie, doordat in het dagelijks leven steeds betere en dus meer geperfectioneerde apparaten verschijnen. Perfectie is onmenselijk, en dat verklaart misschien waarom men in de kunsten nogal eens vijandig tegenover technologie staat. Galle wil laten zien dat apparaten het tegenovergestelde van dat perfecte of onmenselijke ook in zich hebben. Poëtische Machine is niet alleen de titel van het proefschrift voor de graad van Doctor in de Kunsten, maar ook van het bijbehorende kunstproject.

‘Poëtisch’ en ‘machine’ lijken elkaar uit te sluiten, toch zijn ze opzettelijk bij elkaar gebracht. Galle duikt niet alleen in de kunstgeschiedenis waarbij hij onder andere stuit op de celibataire machines van Marcel Duchamp, de Ultieme Machine van Claude Shannon, patafysica van Alfred Jarry en de pre-softwarematige dichtkunst van Oulipo. Hij laat ook na elk hoofdstuk de machine aan het woord, welke een eigen interpretatie geeft van het voorgaande. Die machine, oftewel een softwareprogramma, krijgt als het ware twijfel geïnjecteerd in de vorm van bepaalde algoritmen. Je herkent als lezer bepaalde termen in die machine teksten, maar door de verrassende combinaties van woorden – geredigeerd door de kunstenaar weliswaar – , lijkt de machine toch een eigen leven te leiden.

Niet alleen de machine hoofdstukken zijn een uitvloeisel van de twijfelsoftware, er zijn meerdere werken aan gekoppeld. Zo is er ook een installatie uit voortgekomen in de vorm van twee bewegende kubussen. Ook hier ga je hun bewegingen interpreteren als menselijk: je kunt ze elkaar zien aantrekken of afstoten, snel en dus agressief of juist traag en liefdevol zien bewegen. De code die de bewegingen van de robotkubussen van Poëtische Machine bepaalt, is zoals Galle het omschrijft een “kluwen van onzekerheid en ‘foutieve processen’, waarbinnen alles wat kan worden bevestigd ook kan worden ontkend”. Ja of nee, 1 of 0, steeds is er die twijfel die de beslissingen van de machine in de war stuurt.

Artistiek onderzoek
Tijdens een interview in zijn werkkamer in het KASK (Gent) gebouw, wordt duidelijk hoe Galle dit project eerst en vooral als kunstenaar is begonnen. Hij sluit met dit proefschrift dan ook niet per se aan op een academisch discours rond de invloed op technologie of relatie mens/machine, al komen Gilles Deleuze en Vilém Flusser wel om de hoek kijken. Galle is eerder op zoek gegaan naar wat zijn eigen werk of de kijk op dit werk kon versterken. Hij geeft toe: “Toen ze mij vroegen om dit doctoraat te gaan doen, twijfelde ik in het begin. Met name het schrijven leek mij zeer moeilijk: moet ik dan criticus gaan zijn van mijn eigen werk? Maar toen ik er promotors over sprak, begon het me interessant te lijken.” Uiteindelijk heeft hij er zes jaar over gedaan. “Het is een heel proces geweest. In het begin heb ik veel beeldend werk gemaakt. Ik had altijd wel affiniteit met theorie en dat is toch wel een vereiste als je dit wilt doen.” De meerwaarde van een dergelijk project zit voor hem in de verbreding van de oorsprong van zijn werk. “Ik had angst om te dicht bij het vuur komen, maar dat is niet terecht geweest. Het spreidt juist uit, dat vuur. Ik heb veel moeten schiften, er was zoveel materiaal. Ook ben ik meer met taal bezig. Normaal schrijf je ideeën voor jezelf op in schetsboeken, maar nu richtte ik mij meer op communicatie naar buiten.”

Toch moest de kunst de focus blijven; het doel was niet een academische verhandeling. Galle legt uit: “De poëtische teksten van de machine in de publicatie integreren was nodig, het is een soort veiligheid voor mij. En doordat de machine iets zegt, en niet ik, krijg je een dubbele ontkoppeling, dat vond ik goed. De promotors waren er niet mee akkoord, die vonden dat te kunstzinnig (lacht). Maar ze draaiden later wel bij. Ik hoop dat artistiek onderzoek kan fungeren als een infuus in de soms wat saaie universitaire wereld.”

Subversief
Het onderzoek startte met een bestaande fascinatie voor technologie (en de compulsieve drang naar efficiëntie) en de rol van twijfel (het doorbreken van die efficiëntie). Galle laat zien dat er sprake is van een traditie op het vlak van deze tegenspraak. We vergeten wel eens dat oncontroleerbare processen en toevalligheden net zo goed deel uitmaken van technologie – of het nu analoog of digitaal is – als logica en gepolijste perfectie. Sommige kunstenaars gebruiken dit gegeven in hun werk, denk aan zogenaamde generatieve fotografie bijvoorbeeld. Het gaat dus ook om het doorbreken van onze dagdagelijkse omgang met technologie, net als de kunstenaars Jarry en Roussel, of de Oulipo beweging voor ogen hadden. “Het doen twijfelen van een ‘perfecte machine’ is een subversieve daad,” zegt Galle in de publicatie, maar die twijfel schuilt dus al wel degelijk in de technologie zelf.

Er worden in het onderzoek een aantal prachtige voorbeelden van historische werken gegeven: De Ultieme Machine van communicatiedeskundige Claude Shannon bijvoorbeeld is een kleine doos met een aan- en uitknop. “Als je de machine aanzet, komt een mechanische hand uit de doos, die de machine weer uitzet om zich daarna weer in de doos terug te trekken.” De essentie van de machine met een eigen leven, humoristisch en beangstigend tegelijk, wordt hier perfect mee geïllustreerd. Alfred Jarry beschrijft in zijn teksten dan weer een superman “die de ‘voeding-van-de-eeuwigdurende-beweging’ tot zich neemt en heldendaden van erotisch uithoudingsvermogen stelt, voordat hij sterft in de omhelzing van een machine.” Jarry is ook de bedenker van de patafysica, een parodie op de wetenschap en haar discours. De wetenschap is altijd op zoek naar wetmatigheden, causale verbanden en generalisaties. De patafysica richt zich juist op alles wat de conventionele wetenschap laat liggen, het uitzonderlijke en toevallige. Het is ook een humoristisch middel, een dikke knipoog naar onszelf als het ware. Dit past natuurlijk weer mooi bij de publicatie zelf, als in niet willen aansluiten bij de academische wereld.

Pleidooi
In het onderzoek worden de processen in de twijfelsoftware uitgebreid besproken. Poëtische Machine is geschreven in PBASIC, wat te maken heeft met de taal van de chips van de robots. Galle houdt een pleidooi voor het zelf programmeren als kunstenaar. “Ik heb maanden aan de software zitten prutsen, maar als je niet meer zo goed weet wat je hebt gedaan, dan wordt het interessant. Op die manier kun je er mee werken in je atelier. Vanuit onkunde werd het dan misschien een mastodont – ik heb er maanden aan gezeten om het op te schonen – maar eigenlijk is oorspronkelijke versie mooier, die is nu eenmaal zo gegroeid.”

Twijfel wordt geconceptualiseerd in de software, en is in die zin essentieel binnen het werk, maar Galle kiest ervoor om de output, het beeld, voorop te laten staan. “Bij Oulipo was het principe eigenlijk belangrijker dan de teksten die eruit voortvloeiden. Ze gaven al die systemen die ze gebruikten ook allemaal weg, open source avant la lettre dus eigenlijk. Maar inzicht geven in de software achter mijn werk, lijkt me niet echt interessant voor het publiek.” Voor Galle blijft tekenen de basis. “Ik hou nu eenmaal niet van dingen die enkel en alleen in die computer gebeuren. De algoritmen zijn dan wel onbeperkt, de weergave van pixels stoort mij vooralsnog. Ik wil die menselijkheid er terug in.”

Galle gaat zijn haat-liefde verhouding met technologie verder onderzoeken. “Ik wil verder met het ontwikkelen van robots, maar dan focussen op het ontregelen van hun lichaam. Dat ze niet meer weten waar hun wiel of hun achterkant zich bevinden. Daarvoor ben ik nu bezig met psychoanalyse en allerlei ziektebeelden te onderzoeken.” Mensen hebben wel eens opgemerkt dat het sadistische trekjes heeft, wat hij die machines aandoet, maar voor Galle lijkt het een manier om mens en machine op een meer gelijkwaardig niveau samen te brengen.

Poëtische Machine kan in boekvorm via deze website besteld worden.

Meer over Jerry Galle: www.fuzzylogic.be.

Foto’s:
3 days of doubt (Komm), robottekening op papier, 300 x 150 cm, 2011
Poëtische Machine, elektronica, mdf, perspex, 200 x 200, 2011
Installatiezicht Zwarte Zaal, Poëtische Machine, School of Arts, Gent