Playlist: Playing games, music, art

Playlist: Playing games, music, art

Sinds de jaren negentig is er een levendige cultuur ontstaan rond oude spelcomputers, zoals de Gameboy en Atari. Computers die overbodig lijken, worden liefdevol uit elkaar gehaald, gehackt en hergebruikt om (live) muziek mee te maken. Terwijl de rest van de wereld zijn oude spelcomputer zo snel mogelijk inwisselt voor een nieuw model, omarmen bepaalde kunstenaars juist de beperkingen van een oud toestel. Rond dit fenomeen retrotechnologie heeft het iMAL de expositie Playlist: Playing Games, Music, Art geopend.

Het gaat tegenwoordig steeds sneller: een nieuw apparaat is nog maar net op de markt en er komt alweer een beter, sneller en groter model in de plaats. De kunstenaars die in Playlist zijn vertegenwoordigd, nemen niet deel aan deze snelle productie- en consumptiestroom, maar bevinden zich buiten de massa. De expositie focust met name op muzikanten, maar laat zien dat vanuit die muziekcultuur vlot uitstapjes worden gemaakt naar het maken van installaties of ander beeldend werk. Het onderscheid kunstenaar/muzikant/performer doet er helemaal niet meer toe.

Hergebruik
Het typische 8-bit geluid van de Gameboy heeft een heel eigen muziekstroming tot stand gebracht: de zogenaamde chiptune. Mensen als Jeremiah ‘Nullspeed’ Johnson en John ‘Bitshifter’ Davis zijn ware helden binnen deze scene geworden. De laatste is één van de oprichters van de community 8bitpeoples en mede-organisator van het Blip Festival. Davis is vertegenwoordigd met de interactieve installatie ‘Eat Shit’ (2008-2009), die zijn interesse in glitches en datacorruptie verraden. Zulke beschadigde digitale signalen of kleine fouten in de software kunnen juist heel interessante beelden of geluiden opleveren. De installatie bestaat uit een 8-bit versie van Bach’s Minuet in G, terwijl een gepixelde afbeelding van Bach in een tekstballon ‘Eat Shit’ roept. Uiteindelijk niet meer of minder dan een knipoog en daarom misschien wat flauw: de oude, klassieke generatie zal vinden dat er niet met Bach te spotten valt, maar de auteur en de gebruiker verknippen het onaantastbare finaal met deze installatie.

Van het Vlaams-Nederlands collectief Jodi zijn een aantal van hun ‘Jet Set Willy Variations’ (2002) te zien, waarbij de basisfuncties van het spel ‘Jet Set Willy uit 1984’ – zoals springen en van links naar rechts bewegen – hetzelfde zijn gebleven, maar de graphics alleen nog maar bestaan uit gekleurde blokjes. Een veelzeggend detail is dat een gewone televisie de beste ervaring oplevert; op een LCD of computerscherm zijn lijnen en kleuren te strak; te perfect dus eigenlijk. Tegen hun zin in is Jodi inmiddels al redelijk geaccepteerd door de kunstwereld. Toen ze een Webby Award wonnen in de Arts categorie, riepen ze schijnbaar in de verplichte speech: “jullie lelijke corporate klootzakken!”. Bovenstaande voorbeelden illustreren ook meteen het punkkarakter van deze scene.

Wat opvalt, is dat veel werken verwijzen naar iets bekends: zowel klassieke voorbeelden als Bach, als naar populaire spellen als Super Mario. Het heeft iets nostalgisch in zich, een soort inside joke voor de mensen die met Super Mario, de Atari en de NES zijn opgegroeid. De mooiste verwijzing – en toch wel het hoogtepunt van de expositie – is die van André Gonçalves naar het klassieke spel Pong. Gonçalves maakte de installatie ‘Pong – The Analog Archade Machine’ (2008) bestaande uit een speelbare arcade versie en een zelfgemaakte analoge doppelgänger, gemaakt van overbodige computermaterialen.

Dode media
Maar het is meer dan een verzet tegen de gevestigde orde en een verwijzing naar het nostalgische verleden. Het bredere kader van de expositie – die al eerder te zien was bij medialab Laboral in Spanje – wordt verduidelijkt in een catalogus met een aantal interessante essays van onder meer curator Domenico Quaranta. Hij legt de fascinatie van kunstenaars voor de oude technologie zo uit: “als een medium overbodig wordt, komt zijn utopische belofte weer naar boven. Fotografie heeft dit proces ook doorgemaakt: toen de gemiddelde burger eenmaal kon beschikken over een fototoestel, werd het medium herontdekt door kunstenaars”.

Digitale media zijn inmiddels voor een groot deel opgeslokt door de grote corporaties. De game industrie is daarvan een goed voorbeeld. Daarom is er een groep opgestaan die zich het medium opnieuw toe-eigent: niet alleen als een verzetsdaad tegen het dwingende consumentisme, maar vooral uit artistiek oogpunt. Zodra je bepaalde hardware of software niet meer hoeft te gebruiken omdat er snellere of ‘betere’ versies op de markt zijn, ligt het zwaartepunt van het gebruik van de oudere technologie eerder bij een bepaalde esthetiek. Het wordt een bewuste keuze voor de specifieke eigenschappen van een Gameboy of een programmeertaal. De aantrekkingskrant zit ook in de beperking: doordringen tot het meest eigenste stukje van de computer, de bit en de pixel.

Playlist
laat zien dat het meer is dan nostalgie naar oude spellen en dat het niet gaat om geeks of nerds met een hobby: het geeft een interessante kijk in deze belangwekkende stroming die creatief omgaat met beperkingen.

Playlist: Playing Games, Music, Art
t/m 21 augustus 2010, iMAL, Brussel
gezien op: 12 juni 2010

(Dit artikel werd oorspronkelijk geschreven voor Urban Mag)